De wetgever verplicht vermogensbeheerders om een inschatting te maken van uw risicoprofiel zodra u begint met beleggen. Deze regelgeving zorgt ervoor dat u geen beleggingsproducten verkocht krijgt die qua risico eigenlijk helemaal niet bij u passen. Op zichzelf is dit een lovenswaardige maatregel. Alleen leidt dit ertoe dat uw eigen onderbuikgevoel over uw risicobereidheid een grotere rol gaat spelen dan de harde feiten. En dat gaat vaak nodeloos ten koste van uw rendement. In dit artikel leggen we uit hoe dat zit.
Na de grote kredietcrisis van 2008 is de financiële sector overladen met nieuwe regels, om een dergelijke crisis in de toekomst te voorkomen. Een van die regels luidt dat er geen ingewikkelde of risicovolle financiële producten meer mogen worden verkocht aan mensen die helemaal niet snappen hoe die producten werken, of die zo’n product misschien toch liever niet gekocht hadden, als ze op voorhand op de hoogte waren geweest van de bijbehorende risico’s. Daarom moeten vermogensbeheerders een inschatting maken van uw risicoprofiel: hoeveel risico bent u bereid te nemen?
In de financiële wereld geldt dat risico de prijs is van rendement: hoe meer risico u bereid bent te nemen, hoe groter de kans op een (veel) hoger rendement, maar ook op verlies. Heel simpel gesteld komt het erop neer dat degenen die bereid zijn om veel risico te nemen vooral in aandelen moeten beleggen. Die gelden immers als risicovol: koersen stijgen en dalen van dag tot dag, maar kunnen potentieel een hoog rendement opleveren. Mensen die niet zoveel risico durven te nemen, moeten juist in obligaties beleggen. Die hebben een risicomijdende reputatie, omdat het leningen zijn waarop u een van tevoren afgesproken rente ontvangt. U weet dus op voorhand welk rendement u gaat maken.
De sleutel tot de samenstelling van uw beleggingsportefeuille ligt dus in het vaststellen van uw risicoprofiel. Immers: hoe meer risico u bereid bent te nemen, hoe groter de aandelencomponent kan zijn ten opzichte van de obligatiecomponent. Dat risicoprofiel wordt door uw vermogensbeheerder vastgesteld met behulp van een verplichte vragenlijst.
Een typische vraag uit zo’n vragenlijst ziet u hieronder:

Het probleem met deze vraag is: eigenlijk weet niemand van tevoren hoeveel ‘beweeglijkheid’ men aandurft. De meeste mensen kiezen op basis van hun onderbuikgevoel: niet te veel en niet te weinig beweeglijkheid. Dat voelt meestal wel goed.
Een ander voorbeeld is deze vraag:

Ook hier geldt: niemand durft het aan om te kiezen voor optie E: het mogelijk kwijtraken van de volledige inleg, of optie F: er zelfs een schuld aan over te houden. Blijven over de andere opties A. tot en met D. Tsja, wat zullen we eens aankruisen? Wat voelt het beste? Iets in het midden?
Dat is precies het probleem. Zo’n vragenlijst die ‘op gevoel’ wordt ingevuld, zorgt er in feite voor dat nagenoeg elke cliënt in een ‘middelmatig’ risicoprofiel terechtkomt. En dat correspondeert dan met een beleggingsportefeuille die voor 50% uit aandelen en voor 50% uit obligaties bestaat. Alleen is dat op basis van de harde feiten meestal niet de meest verstandige keuze. Die harde feiten vertellen ons namelijk dat er een heel objectieve en simpele maatstaf bestaat waarmee vastgesteld kan worden of u het risico van beleggen in aandelen en de bijbehorende mogelijke grote koersschommelingen al dan niet kunt aangaan. Dit wordt namelijk bepaald door de looptijd van uw geld: hoe lang kunt u uw geld missen?
Bij Stoic weten we dat u al het geld dat u langer dan 10 jaar kunt missen prima volledig in aandelen kunt beleggen – mits gespreid in alle aandelen wereldwijd om onnodige risico’s te voorkomen. De beurshistorie bewijst namelijk dat het herstel van een mogelijke beurscrash doorgaans niet langer duurt dan tien jaar. Dat betekent dat uw aandelen in het aller-, allerzwartste doemscenario na 10 jaar weer op hetzelfde koersniveau staan als op het moment van instappen. Maar ondertussen heeft u wel de dividenduitkeringen ontvangen en bent u beschermd geweest tegen koopkrachtdaling. Het risico van (volledig in de wereldeconomie gespreide) aandelen op de lange termijn is zo klein, omdat de wereldeconomie uiteindelijk altijd groeit.
Echter, al het geld dat u binnen 10 jaar nodig heeft, beleggen we bij Stoic om dezelfde reden nooit in aandelen, maar altijd in obligaties. Bij deze kortere looptijd is de kans namelijk aanwezig dat eventuele beurscrashes nog niet zijn hersteld en dat u dus verlies lijdt op uw aandelen. Vandaar dat we dit in veilige staatsobligaties beleggen. Bij Stoic baseren we ons dus niet zozeer op uw eigen onderbuikinschatting van uw risico, maar op de feiten: de looptijden van uw geld. Dan zit u altijd goed.
Het is doodzonde dat we zo veel mensen tegenkomen die vanwege hun eigen ‘gemiddelde’ onderbuikinschatting van hun risicobereidheid in een 50/50-beleggingsportefeuille terecht zijn gekomen, terwijl ze een deel van hun geld met gemak langer dan 10 jaar kunnen missen. Hierdoor missen zij het hogere verwachte aandelenrendement, terwijl de looptijd van hun geld het bijbehorende risico wel toelaat. Bij Stoic zijn we verplicht om u te vragen naar uw risicobereidheid. Dat doen we dan ook. Het vertrekpunt voor de samenstelling van uw beleggingsportefeuille is echter de looptijd van uw geld. Uw risicobereidheid kan aanleiding geven om van de verdeling die daaruit volgt af te wijken. Dat gebeurt altijd in samenspraak met Stoic, waarbij we zorgvuldig toetsen of u begrijpt welke gevolgen die afwijking heeft. Op basis van uw uitgangspunten bepaalt Stoic uiteindelijk hoe uw vermogen wordt belegd, waarbij we zo veel mogelijk aansturen op een rationele en passende verdeling.