De stoïcijnse blik 16 minuten lezen

De rol en risico’s van obligaties in uw portefeuille.

Er doen heel veel fabels en aannames de rondte over obligaties. Dat ze altijd super­veilig zouden zijn. Of dat ze nu, met de huidige negatieve rende­menten op veel obligaties, volstrekt oninte­ressant zijn als beleg­gings­object. Niets is minder waar. Stoic houdt het graag bij de feiten en zet die over obligaties voor u op een rij.

Laten we eerst vaststellen wat een obligatie nu precies is. Een obligatie is feitelijk een lening. Dat kan een lening aan een land zijn – denk aan Neder­landse staats­obli­gaties, maar dat kan ook een lening aan een bedrijf zijn – een bedrijfsobligatie. 

Als obliga­tie­houder krijgt u in theorie effectief rendement’, onder andere op basis van de rente die de lening­nemer (het betref­fende land of bedrijf) betaalt over de lening. Hoe beter de finan­ciële positie van de lening­nemer, hoe groter de kans dat men aan de finan­ciële verplich­tingen kan voldoen – dat wordt een hoge krediet­waar­digheid genoemd. Een hoge krediet­waar­digheid resul­teert in een lagere rente, een lage krediet­waar­digheid resul­teert in een hoge rente. Hoe lager de rente, hoe lager het rendement voor u als obliga­tie­houder is, en andersom.

Obligaties kennen allemaal verschil­lende looptijden. De looptijd geeft aan hoelang het duurt voordat de lening zal worden terug­be­taald. Er zijn leningen met een looptijd van een aantal maanden, maar ook leningen die nooit zullen worden afgelost ( de zogenaamde eeuwig­du­rende obligaties’ of perpe­tuals’). Meestal is het zo dat hoe langer de lening loopt hoe meer rente er betaald wordt door het bedrijf of land aan wie de lening wordt verstrekt. Immers: hoe verder weg het aflos­sings­tijdstip ligt, hoe grote de onzekerheid of de lening wel kan worden afgelost. 

Obligaties kunnen dagelijks worden aange­kocht en verkocht op de finan­ciële markt. De koersen van de obligaties kunnen dan ook dagelijks stijgen en dalen, net als dat bij aandelen het geval is. Dat is eigenlijk best vreemd: hoe kan een de prijs van een lening waarvan de waarde vast staat, tóch schommelen? 

Twee aspecten spelen daarbij een belang­rijke rol: Het eerste aspect is de stand van de rente op de kapitaal­markt (de markt waarop obligaties worden verhandeld). Als deze rente stijgt, dan daalt de koers van een obligatie en andersom. Dat wordt veroor­zaakt door het feit dat bij een stijgende rente er nieuwe obligaties op de markt komen die meer rendement in de vorm van rente opleveren. Daarmee worden huidige obligaties, die dus eerder op een lagere rente zijn afgesloten, minder interessant. Het tweede aspect is de krediet­waar­digheid van een land of bedrijf dat geld leent met behulp van een obliga­tie­lening. Naarmate de finan­ciële situatie van een land of bedrijf verslechterd zal de waarde van de obligatie dalen en andersom. 

Het risico­mij­dende imago van obligaties

Als eigenaar van een obligatie ontvangt u effectief rendement’ op basis van de rente die het land of bedrijf betaald voor de lening die men ontvangt. Effectief rendement is het rendement dat jaarlijks gerea­li­seerd zou worden als de obligatie tot het einde van de looptijd wordt aange­houden. Bijvoor­beeld: als het effectief rendement van een 5‑jaar obligatie 3% bedraagt, dan betekent dit dat het nu aankopen zal leiden tot een effectief rendement van 3% per jaar als de obligatie tot het einde van de looptijd wordt vastge­houden. U weet met een obligatie vooraf dus precies wat uw rendement zal zijn (mits u de obligatie tot het einde van de looptijd in porte­feuille houdt). Bij aandelen moet u nog maar zien wat er gaat gebeuren. Daarom staan obligaties te boek als risico­mijdend’.

Even een voorbeeld: stel dat u 100% van uw vermogen in aandelen heeft belegd. In geval van een beurs­krach zakt de waarde van uw complete portfolio als een plumpudding in elkaar. Als u echter 50% van uw portfolio in risico­mij­dende staats­obli­gaties heeft belegd, dan blijft het rendement op dat obligatie-gedeelte gewoon wat het is: rentes worden betaald, plus de (koers)waarde van de obligatie stijgt door de toene­mende vraag (want: bij een crashende aande­len­markt, vlucht men in obligaties). Zo zorgen obligaties voor een dempend effect op uw totale porte­feuille-waarde. Vandaar het risico­mij­dende’ imago van obligaties.

Waarom dan niet enkel in obligaties beleggen? Wel zo veilig.

Dat zit zo: in de finan­ciële wereld geldt de universele waarheid dat rendement de prijs voor risico is: hoe minder risico u neemt, hoe lager het te verwachten rendement is. Andersom geldt: hoe meer risico u neemt, hoe groter de kans op een hoog rendement, maar ook hoe groter de kans op de totale mislukking is. Risico­mij­dende obligaties, genereren gewoonweg minder rendement. 

Als de hoogte van het rendement u niet zoveel kan schelen, dan is het prima om al uw geld in derge­lijke risico­mij­dende obligaties te beleggen. Zo heeft u de garantie dat u uw geld over X jaar gewoon weer op kan nemen. Staats­obli­gaties van landen met een gezond huishoud­boekje zijn immers veiliger dan bijvoor­beeld een spaar­re­kening bij een bank. Tijdens de krediet­crisis van 2008 hebben we gezien dat zelfs hele grote systeem­banken zoals ABN Amro zonder staat­s­in­grijpen gewoon waren omgevallen. In dat geval zou al uw geld op de spaar­re­kening bij zo’n bank simpelweg in rook zijn opgegaan. Kortom: staats­obli­gaties zijn altijd verhan­delbaar en garan­deren dus dat uw geld er nog is op het moment dat u het wilt gebruiken. In de finan­ciële wereld wordt ook wel gezegd: staats­obli­gaties zijn er niet voor return on the money’, maar voor return of the money’. 

Alleen: bijna iedereen is natuurlijk wél geïnte­res­seerd in een mooi rendement. Dat betekent dat er toch wat risico genomen moet worden door in aandelen te beleggen. Bij Stoic doen we dat alsnog relatief veilig, door niet in speci­fieke aandelen, maar volledig gespreid in alle aandelen ter wereld te beleggen. Daarbij speelt uw beleg­gings­ho­rizon een cruciale rol.

De rol van de beleggingshorizon.

De beleg­gings­ho­rizon is de periode waarin u het geld dat u wilt beleggen écht kunt missen. Als u over bijvoor­beeld 3 jaar uw geld weer wilt gaan gebruiken, dan bedraagt uw beleg­gings­ho­rizon dus 3 jaar. Dat is in beleg­ger­sland een relatief korte periode, waarin er in feite van alles en nog wat kan gebeuren op de beurs. De kans is best groot dat de aande­len­koersen na 3 jaar op een lager punt staan dan op het moment van instappen’, wat betekent dat u een negatief rendement zou behalen. Daarom doet u er bij een korte beleg­gings­ho­rizon goed aan om uw geld vooral in obligaties te beleggen, want dan weet u in ieder geval dat u uw geld toevallig niet net verdampt is op het moment dat u het weer nodig heeft.

Als u uw geld voor een veel langere periode van 30 jaar kunt missen, dan is die kans op een negatief rendement met behulp van aandelen veel kleiner. Dan geldt immers: koersen kunnen van moment tot moment onvoor­spelbaar schom­melen, waardoor er tussen­tijds momenten kunnen ontstaan waarop uw aandelen minder waard zijn dan de waarde op het instap­moment. Geen paniek: gewoon stoïcijns blijven zitten’ is het devies. Uitein­delijk groeit de wereld­eco­nomie namelijk altijd, waardoor het tussen­tijdse verlies wordt goedge­maakt. Ander gezegd: hoe korter de beleg­gings­ho­rizon, hoe meer uw portfolio uit risico­mij­dende obligaties zou moeten bestaan. 

Tot zover de basis­kennis over obligaties. Laten we nu wat dieper in gaan op de materie, waarmee we aan de huidige discussie raken of obligaties nu wel of niet risicoloos zijn, of zelfs compleet oninte­ressant, vanwege de huidige negatieve rende­menten die ze genereren. 

Zijn alle obligaties risicoloos?

Iedereen denkt van wel, maar niets is minder waar: het risico van een obligatie hangt af van de krediet­waar­digheid van de betref­fende lening­nemer. De Neder­landse Staat is zeer betrouwbaar, in tegen­stelling tot de spreek­woor­de­lijke Zuid-Ameri­kaanse bananen­re­pu­bliek. En sommige bedrijven zijn krediet­waar­diger dan andere. Dit zie je terug in het rendement op de obligaties: hoe slechter de krediet­waar­digheid van de lening­nemer, hoe risico­voller de obligatie, hoe hoger het rendement dat u ermee kunt genereren. Rendement is de prijs van risico, weet u nog?

Waarom mensen toch in risico­volle obligaties beleggen.

Hoe kan het dan dat beleggers toch in hele risico­volle obligaties stappen, terwijl men veron­der­stelt dat alle obligaties risico­mijdend zijn’? Het antwoord is simpel: omdat onwetendheid ervoor zorgt dat er vraag naar is. 

Even een voorbeeldje: een poten­tiele klant van Stoic spreekt de wens uit dat hij of zij toch echt wel 4% rendement wilt zien’. Bij Stoic vertellen we zo’n klant dat dit alleen mogelijk is door volledig in aandelen te beleggen. Veilige obligaties dempen immers het risico, maar daarmee ook het rendement. De klant vindt het toch wel heel erg eng om alles op aandelen te zetten. Hij/​zij heeft inmiddels wel begrepen dat aande­len­koersen zeer onvoor­spelbaar kunnen zijn. Dus legt men het probleem – wél 4% rendement, maar niet teveel risico alstu­blieft – voor aan een andere vermo­gens­be­heerder. Die vertelt vervolgens doodleuk dat het wel degelijk goed mogelijk is om dat rendement te behalen, zelfs met een porte­feuille die volledig uit obligaties bestaat! Dat klinkt natuurlijk fantas­tisch. Obligaties zijn immers risico­mijdend, toch?: Waar kan ik tekenen?” 

Wat u in zo’n geval moet weten is dat de vermo­gens­be­heerder in kwestie het geld in zeer risico­volle obligaties belegt, die in feite net zo risicovol zijn als aandelen. Tijdens de beurs­krach van 2008 zagen we bijvoor­beeld dat heel veel bedrijven die obligaties hadden uitge­geven niet meer aan hun verplich­tingen konden voldoen. Mensen die dachten dat ze super­veilig zaten met hun porte­feuille vol obligaties in die bedrijven, zagen ineens hun portfo­lio­waarde met 30% dalen: alsof ze water zagen branden…

Rabobank Leden­cer­ti­fi­caten

Het recente debacle met Rabo leden­cer­ti­fi­caten is ook zo’n voorbeeld. Strikt genomen zijn Rabobank leden­cer­ti­fi­caten weliswaar geen obligaties, maar dit product gedraagt zich wel hetzelfde: net zoals bij een obligatie krijgt u een gegaran­deerd’ rendement in de vorm van dividend betaald door de Rabobank; een betrouwbare partij. En dat rendement bedroeg maar liefst 6%! 

Echter, in maart 2020, aan het begin van de corona­crisis, vaardigde de Europese Centrale Bank (ECB) een decreet uit dat banken hun dividend­be­ta­lingen moesten opschorten, om zo geld in kas te houden voor mogelijke finan­ciële tegen­vallers. Daar moest de Rabobank zich aan houden en stopte dus met de dividend­be­ta­lingen aan certi­fi­caat­houders. Al die mensen die dachten dat ze op een super­veilige manier een hoog rendement hadden gerea­li­seerd, konden fluiten naar hun geld. 

De moraal van het verhaal: lang niet alle obligaties zijn risico­mijdend. Als u ergens een (zeer) hoog rendement voorge­schoteld krijgt met behulp van obligaties, bedenk dan dat rendement altijd de prijs is van risico. De betref­fende obligaties moet dus wel risicovol zijn en kan niet gezien worden als een instrument om risico te vermijden.

De coupon­rente van een obligatie staat voor een gegaran­deerd rendement. Maar op dit moment leveren obligaties een negatief rendement. Hoe kan dat nou?

Zoals in het begin van dit artikel al is toege­licht: het totale rendement van een obligatie bestaat uit twee delen: de rente die op de lening wordt betaald (‘coupon­rente’) en de prijs van het verhan­delbare waarde­papier zelf. Die coupon­rente is jaar in jaar uit hetzelfde (mits de achter­lig­gende partij dus aan de betalings­ver­plichting kan blijven voldoen). De waarde van het waarde­papier zelf kan echter variëren. Tijdens een recessie dalen de aande­len­koersen, waarmee de vraag naar veilige’ obligaties stijgt, bijvoor­beeld. Daarmee stijgt ook de waarde van het waarde­papier van die obligatie. Maar er is nog een derde variabele in het spel: de looptijd van de obligatie. 

Omdat het bij een obligatie om een verstrekte lening gaat, hebben we te maken met een beperkte looptijd: de lening wordt immers op een vooraf afgesproken moment afgelost. Dat is altijd zo bij leningen. Die aflossing is vanzelf­sprekend precies het volledig geleende bedrag: de nominale waarde’. Dat betekent dat de verhan­delbare waarde van een obligatie net zoals bij een aandeel tussen­tijds kan stijgen of dalen , maar dat ‑ie op het einde van de looptijd van de betref­fende lening altijd terug­keert naar de nominale waarde. En daarin zit m de crux. 

Momenteel staat de rente histo­risch laag. Daarmee is de coupon-uitkering op obligaties die nu worden uitge­geven helaas ook heel laag. Maar er zijn op dit moment nog obligaties verkrijgbaar die lang geleden zijn gestart en dus nog steeds een hoge rente (coupon) uitkeren. U begrijpt: de vraag naar deze obligaties neemt hand over hand toe. Daarmee stijgt de waarde van het bijbe­ho­rende waarde­papier. Alleen: zulke oude’ obligaties met een hoge coupon­rente hebben nog maar een zeer beperkte reste­rende looptijd. Dat heeft grote gevolgen voor het uitein­de­lijke rendement dat u ermee kunt realiseren. 

Een reken­voor­beeldje: we stellen de nominale waarde van een oude obligatie voor het gemak op 100 euro. De coupon­rente is jaarlijks maar liefst 6% en de looptijd die nog resteert is 2 jaar. Na één jaar heeft u daarmee 106 euro gerea­li­seerd en na twee jaar logischerwijs 112 euro.

De verhan­delbare waarde van deze obligatie is inmiddels gestegen naar 120 euro. Maar we weten dat de waarde bij afloop van de looptijd altijd terug­keert naar de nominale waarde van 100 euro. Ergo: als u dit waarde­papier nu koopt voor 120 euro, dan verliest u in twee jaar tijd gegaran­deerd 20 euro. U had 12 euro verdient aan de coupons, dus per saldo verliest u 8 euro op deze obligatie. Dit bedrag wordt in de finan­ciële wereld yield to maturity’ genoemd en wordt uitge­drukt in een percentage. Het reken­voor­beeld laat zien dat dit dus negatief kan zijn: het gaat hier om een negatief rendement van ‑8%. Bij Stoic kijken we bij de aanschaf van obligaties eerst en vooral naar dit cijfer. 

Nu bedenkt u zich vast dat u de betref­fende obligatie weer snel zou kunnen verkopen voordat de waarde is terug­ge­keerd naar de nominale waarde. Maar dan bent u aan het specu­leren op de koers, net zoals bij aandelen. En dat heeft staat lijnrecht tegenover de rol die de obligatie heeft in uw beleg­gings­port­folio: die van risicovermijder. 

Als het rendement op een obligatie negatief is, zoals nu veelal het geval, dan heeft het toch totaal geen zin om daarin te beleggen?

Sja, dat klinkt logisch. Maar als u niet in obligaties belegt, dan zit er niks anders op dan al uw geld in aandelen te beleggen. En daarvan weten we dat het nogal risicovol is. Als u 100% zeker wilt weten dat uw vermogen nog in tact is op het moment dat u het op wilt nemen, dan zijn (veilige) obligaties nog altijd het verstan­digste instrument. 

Simpel gesteld, als u 10 miljoen heeft, die u in obligaties belegt met een negatief rendement van 3%. Dan weet u weet zeker dat het na verloop van tijd 9,7 miljoen waard is. Zou u het allemaal in aandelen beleggen, dan riskeert u misschien wel dat het nog maar 6 miljoen waard is, of zelfs nog minder, in geval van een hevige crisis. Nogmaals: obligaties zijn er niet zozeer voor de return on the money’, maar voor return of the money’.

Vraag vrijblijvend een informatiepakket aan:

Ontvang elke maand onze nieuwsbrief:

Bedankt. We hebben uw inschrijving ontvangen.

Waar kunnen we u mee helpen?

Bedankt voor uw vraag.

We hebben uw vraag ontvangen en komen zo snel mogelijk bij u terug.