Momenteel beheerst ‘inflatie’ het nieuws. Iedereen ervaart in het dagelijkse leven dat de prijzen van goederen en diensten fors zijn gestegen. ‘Boter, kaas en eieren inflatie’ noemen we dat ook wel. Door deze inflatie kunnen we met een euro nu veel minder kopen dan een jaar geleden. Maar wat is het effect van deze inflatie nu eigenlijk op uw vermogen? Bij Stoic baseren we ons puur rationeel op de feiten en die vertellen ons dat dit veel minder nadelig is dan u wellicht zou verwachten.
Onze huidige ‘boter, kaas en eieren inflatie’ wordt mede veroorzaakt door de oorlog in de Oekraïne. Daardoor zijn de stroom- en gasprijzen enorm gestegen, waardoor de productie en distributie van goederen en diensten veel duurder is geworden. Bovendien heeft de coronacrisis een groot logistiek probleem veroorzaakt, waardoor goederen en mensen op de verkeerde plek aanwezig zijn en er een enorm vraag en aanbod probleem is. Dat wordt allemaal natuurlijk doorberekend in de prijzen, die op dit moment dus keihard stijgen.
Onze dagelijkse goederen en diensten worden dus (veel) duurder, wat voor maatschappelijke problemen zorgt: mensen met een laag- en middeninkomen komen bijna niet meer rond. Enorm vervelend, maar gelukkig leert de geschiedenis ons dat dergelijke periodes in de regel betrekkelijk kort duren. Want als prijzen té ver oplopen neemt de vraag op een gegeven moment af. Daardoor wordt de vraag kleiner dan het aanbod, met als gevolg dat door marktwerking de prijzen weer zullen dalen.
Maar wat is het effect van deze inflatie op mensen met een groot vermogen? Veel mensen gaan er vanuit dat dit effect enorm groot is: als het geld in de gewone huishoudportemonnee minder waard wordt, dan gaat dat recht evenredig ook op voor de waarde van beleggingen. En aangezien dit om grote bedragen gaat, dan zal de koopkrachtdaling evenredig fors zijn, toch?
Gelukkig valt dat dus reuze mee. ‘Boter, kaas en eieren inflatie’ treft eigenlijk alleen het deel van het vermogen dat gebruikt wordt voor het dagelijkse levensonderhoud. Daarvan neemt de koopkracht af, maar daar is weinig tegen te doen. Er zit niks anders op dan gewoon zuinig te zijn, om zo te proberen met hetzelfde geld toch uit te komen. Of men wendt een extra gedeelte van het vermogen aan, dat men eigenlijk voor langere tijd had ondergebracht in beleggingen.
Stel dat men per jaar € 50.000,- uitgeeft aan dagelijkse zaken. En stel dat de inflatie met 15% toeneemt in één jaar en gemiddeld met 5% per jaar (dat is eigenlijk een extreme situatie). Dan gaat het weliswaar in absolute getallen om duizenden euro’s, maar op het totale grotere vermogen heeft het slechts een beperkt effect.
Wat veel gevaarlijker is voor grote vermogens is de zogenaamde ‘asset inflatie’.
‘Asset inflatie’ is de prijsstijging van schaarse, waardevolle spullen, zoals aandelen of obligaties. Wat is het geval: om de financiële crisis van 2008 en 2009 het hoofd te bieden, bedachten de Centrale Banken dat het goed zou zijn om extra geld in omloop te brengen, om zo de economie weer aan het draaien te krijgen. Men bracht dat extra geld in omloop door als Centrale Bank spaarproducten van banken op te kopen, zoals aandelen en obligaties. Daardoor zouden de banken ineens meer cashgeld bezitten dat kon gaan rollen, zo luidde de gedachte.
Maar ook de vermogenden zelf kochten in deze periode in grote getale aandelen en obligaties op. Doordat de economie uit een diep dal moest zien te komen, waren er namelijk maar weinig andere mogelijkheden om geld te investeren, zoals bijvoorbeeld in startende bedrijven. Dit leidde tot een lange periode waarin dus een dubbelgrote vraag naar spaarproducten, zoals obligaties en aandelen, leidde tot hoge rendementen op obligaties tot zo’n 4% per jaar en op aandelen tot gemiddeld zo’n 10% per jaar! Deze situatie heeft zo'n 12 jaar geduurd.
Dit betekent dus dat als een vermogend persoon gedurende deze periode zijn of haar vermogen niet in aandelen of obligaties had belegd, hij of zij de koopkracht van dat 'onbelegde' vermogen had zien dalen met maar liefst 25% tot 50%. Het moge duidelijk zijn: ‘asset inflatie’ is een veel groter gevaar voor mensen met een groot vermogen dan de huidige ‘boter, kaas en eieren inflatie’.
Conclusie.
Als u over een groot vermogen beschikt, bescherm u dan vooral tegen ‘asset inflatie’ en vergeet de ‘boter, kaas en eieren inflatie’. Dat doet u door uw vermogen dat u langer dan 10 jaar niet hoeft te gebruiken te beleggen in alle aandelen wereldwijd. Door deze ultieme spreiding worden onnodige risico’s vermeden en groeit het geld in koopkrachttermen kalmpjes mee met de wereldeconomie. Geld dat u eerder dan 10 jaar nodig heeft (bijvoorbeeld voor de dagelijkse uitgaven) kunt u beter cash aanhouden, of eventueel in een veilige combinatie van obligaties en goud beleggen. Daarbij kan het dus gebeuren dat in tijden van inflatie een beetje koopkrachtverlies optreedt. U vangt dit op door minder uit te geven, of door een beetje geld weg te halen bij het vermogen dat u eigenlijk voor een langere periode had ‘geparkeerd’ in aandelen. Zo simpel kan het zijn, als u zich bij de feiten houdt. En dat is dus precies wat we doen bij Stoic.