Bij Stoic verbazen we ons bijna dagelijks over financiële experts die nog steeds geloven in de eigen beursvoorspellingen. Blijkbaar is het in de financiële wereld nog steeds normaal om gebruik te maken van een glazen bol. Gisteren (2 september) troffen we weer een mooi staaltje hiervan aan, notabene in het FD.
In dit artikel in het FD (titel: 'Als de beurs toch crasht, wat kun je dan doen?') wordt Joost van Leenders, beleggingsstrateeg bij Kempen Capital Management geïnterviewd. Hij stelt het volgende:
“als we echt aanwijzingen zouden hebben dat er een beurscorrectie komt, dan zouden we een deel verkopen. Daar ziet het er nu echter niet naar uit.”
Het is dit soort waarzeggerij die door onderzoeken telkens weer wordt weerlegd. Omdat niemand instaat is om de beurskoersen consequent correct te voorspellen, presteren actieve beleggers across the board veel minder goed dan passieve beleggers. Er is op de beurs namelijk maar één zekerheid: dat de wereldeconomie op de langere termijn altijd groeit. Punt uit. En dat is precies de reden dat passief beleggen (gewoon instappen en vervolgens niet meer handelen) gegarandeerd de beste beleggingsstrategie is. Al het andere is op zijn best afgaan op aanwijzingen, maar in feite net gokken.
De FD-redacteur stelt in het artikel vervolgens terecht dat “een crash natuurlijk altijd kan gebeuren.” Dat is inderdaad wat er gebeurde in 2020, 2008, 1987, 1929 en 1882: de economie stortte in en (bijna) niemand zag het aankomen, met alle desastreuze gevolgen van dien. Gelukkig hebben de beurswaarzeggers hier ook een antwoord op.
“Volgens experts is een crash juist een mooi moment om extra aandelen in te slaan.”
Met zo’n logica is zelfs een glazen bol overbodig. Immers: stijgt de beurs, dan is dat goed voor het rendement, maar een beursdaling biedt ook prachtige kansen. Bij kop winnen de waarzeggers dus, maar bij munt ook.
